Mijn vader
Nu kan ik aan je denken
En dan leef je weer
Geen laatste blik
De kamer door
Niet één zucht
Nu lach je weer
Een schalkse blik
Een woord één gebaar
Geen zondag meer
En geen witte kleed
Geen bloemen op je graf
Alleen een regenboog
En jij dan in de verte
Je schildersezel als een baken
|
Hoezo vader?
Hoe zo ik jou moeten benoemen
Vader, Pa, of met je naam
Ik kan niet op je roemen
Het is zelfs dat ik mij schaam
Jij bent de man met twee gezichten
Een voor mij en een voor mijn halfzus
Zij zal je van geen kwaad betichten
Ik des te meer dus
Jij die zei ”voor mijn part verzuip hem”
Jij bent de beste vader voor die zus
Ik zie in jou een grote duivel
Voor haar altijd een dikke kus
Denk maar niet aan een verzoening
Want jij heb het gepresteerd
Dat zus en ik niet samen kunnen
Daar heb ik van geleerd
|